Vormsel
Het sacrament van het vormsel.
Na de opstanding van de Mensenzoon kwamen zijn leerlingen voor het Pinksterfeest bij elkaar:

Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest. (Hand. 2, 2-4)

Later vernamen de apostelen in Jeruzalem dat inwoners van Samaria het woord van God hadden aangenomen. Enkelen van hen gingen daar naar toe.

Nadat ze waren aangekomen, baden ze dat ook de Samaritanen de heilige Geest mochten ontvangen, want deze was nog op niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zo ontvingen ze de heilige Geest. (Hand. 8, 15-17)


Voor de toediening van het vormsel el verwijzen wij u naar de toelichting die is opgenomen onder:
Werkvelden / Jeugd en Jongeren / Vormselcatechese.
Vormsel
Het sacrament van het vormsel sterkt de gedoopte door handoplegging met de kracht van de Heilige Geest, en bezegelt door zalving dat hij op Christus gelijkt; daarmee voltooit het vormsel de in de doop begonnen christelijke initiatie.
Woorden van Christus
Christus heeft voor de tijd na zijn dood de komst en tegenwoordigheid van de Heilige Geest beloofd. Zijn belofte ging onder meer in vervulling op het feest van Pinksteren, toen de Geest over de apostelen werd uitgestort. Christus zelf heeft over de werking van de Heilige Geest aan de apostelen gezegd: "Wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde." (Handelingen 1,8)
Handoplegging door apostelen
De apostelen, zo lezen we in het Bijbelboek Handelingen, gingen ertoe over om zelf de Heilige Geest in de christelijke gemeenschappen door te geven door middel van handoplegging. Een mooi voorbeeld van de praktijk van de apostelen is de handoplegging in Samaria:
"Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat Samaria het woord van God had aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe. Zij gingen daarheen en baden voor hen dat ze de heilige Geest mochten ontvangen, want die was nog op niemand van hen neergedaald. Ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Daarop legden ze hun de handen op en zij ontvingen de heilige Geest." (Handelingen 8, 14-17)
Sterking in het geloof
In de aangehaalde Bijbeltekst valt op, dat van de gelovigen in Samaria gezegd wordt, dat ze "alleen gedoopt" waren, en dat de Heilige Geest "nog op niemand van hen" was neergedaald. Dat was volgens de apostelen niet goed. Zij achtten het nodig om de gedoopte gelovigen door instorting van de Heilige Geest in hun Geloof te sterken.
Sterking in het geloof was dus nodig nog na het doopsel.
<